Oude en nieuwe norm

De oude NEN 1824 ging uit van een basiswerkplek. Hierbij werd uitgegaan van een ruimte in een kantoor waarin een bureau, een kast en een bureaustoel staat. De norm stelt dat er minimaal acht vierkante meter voor een dergelijke werkplek beschikbaar moet zijn. Voor de toegangdeur werd standaard één vierkante meter extra meegerekend, evenals voor elke extra kast.

De nieuwe norm kent het begrip basiswerkplek niet. In plaats daarvan wordt het minimaal benodigde aantal vierkante meters berekend uit een optelsom van de vierkantenmeters behorend bij elk van de vier elementen in de linker kolom. In bijgaand kader is een aantal voorbeelden uitgewerkt.

 Element Minimumoppervlakte
 De_medewerkers

 4 m² voor iedere werkplek die gewoonlijk langer dan twee uur per dag wordt           gebruikt, inclusief kantoorwerkstoel en circulatieruimte op de werkplek.

 De_kantoorwerktafel 

 1 m² voor een werkplek met een plat beeldscherm
 2 m² voor een werkplek met een CRT-beeldscherm
 1 m² voor een lees/schrijfvlak
 1 m² voor een vlak voor uitleg van tekeningen

 De_kasten

 1 m² voor elke vrijstaande of verrijdbare (lade)kast

 De_vergadervoorziening___ 2 m² per persoon

 

De nieuwe norm houdt meer dan voorheen rekening met een aantal ontwikkelingen op het terrein van kantoorinrichting, zoals callcenters en wisselwerkplekken. Iemand met een plat beeldscherm voor zich of met een zogenaamde papierloze werkplek, heeft minder ruimte nodig dan de meeste anderen. Kasten worden pas meegeteld als ze daadwerkelijk deel uitmaken van de werkplek.

Een goede werkplek is van meer facetten afhankelijk dan alleen van de optelsom van de vierkantenmeters per onderdeel. Onderstaande punten zijn ook van belang

- verblinding door directe lichtinval door ramen of van armaturen;
- spiegeling van ramen, armaturen of lichte oppervlakken;
- klimaatbeheersing;
- luchtstromen van ventilatieroosters en airco units
- geluid.